vrijdag 21 november 2014

Gratis geld bestaat niet (herziene uitgave)

Dit is een herziene uitgave van mijn eerdere essay inzake het zogenaamde basisinkomen. Naar aanleiding van dat kritische artikel, hier gepubliceerd op 1 Augustus 2014, heb ik meerdere reacties ontvangen van diverse voorstanders van (een vorm van) het basisinkomen. Sommige van die reacties bleken te berusten op incorrecte aannames, of waren gewoon niet inhoudelijk (want puur op de onderbuik gebaseerd). Een aantal reacties was echter inhoudelijk sterk. Daarom heb ik mijn analyse uitgebreid om eigenlijk alle punten te behandelen die in de discussie ter sprake zijn gekomen.

Het is mijn streven geweest om het idee van een basisinkomen te overwegen met een open geest. Desondanks kan ik niet stellen dat mijn eindconclusie fundamenteel is gewijzigd: gratis geld bestaat simpelweg niet. Er zijn overtuigende sociale en economische redenen om het basisinkomen af te wijzen. In dit essay worden de mogelijkheden van een basisinkomen afgewogen tegen de nadelen en de risico's. Die laatste categorie, zo zal blijken, weegt uiteindelijk toch zwaarder.

Nota Bene: alle mogelijkheden die worden onderzocht in deze tekst zijn gebaseerd op de situatie in Nederland, en de cijfers zijn ontleend aan de overheidsbegroting voor 2015. Ik heb bewust gekozen om de meest recente cijfers te benutten in deze uitgave van dit essay.




GRATIS GELD BESTAAT NIET


Steeds vaker hoor je het langskomen: het idee van het onvoorwaardelijke basisinkomen. Het is beslist niet nieuw, maar het steekt de afgelopen maanden met toenemende frequentie de kop op. Voorstanders van het onvoorwaardelijke basisinkomen beweren al decennia dat hun plan het wondermiddel is dat de verzorgingsstaat radicaal gaat hervormen. De strekking is kinderlijk eenvoudig: gratis geld voor iedereen. Het komt er op neer dat alle huidige voorwaardelijke uitkeringen en andere sociale voorzieningen worden afgeschaft. In plaats daarvan gebruikt de overheid de enorme bak belastinggeld die nu naar al die regelingen gaat om iedere maand standaard een vast bedrag op de rekening van iedere Nederlander te storten. Dat maandelijks bedrag, het basisinkomen, is onvoorwaardelijk. Hoe weinig of hoe veel je ook verdient, wat je situatie ook is, je krijgt het hoe dan ook.

Dat klinkt nogal utopisch, en het plan komt dan ook uit een nogal utopistische hoek. In de jaren ’90 was een enthousiaste club pleitbezorgers—die vooral bestond uit doorgewinterde socialisten en enkele zweverige academici—er flink mee bezig, en kwam het af en toe in het nieuws. Destijds had de politiek weinig interesse. Enkele liberale politici voelden wel wat voor een onderzoekje naar zo’n idee, maar die dachten aan een basisinkomen van misschien eens honderd gulden per maand. De activisten van de Vereniging Basisinkomen dachten eerder aan een “leefloon” van een paar duizend gulden, en daar had de politiek geen behoefte aan.

Maar nu is het idee opeens terug. Niet alleen in Nederland, maar op veel plaatsen in de Westerse wereld. De afgelopen maanden steekt het basisinkomen met toenemende frequentie de kop op. In links-liberale, progressieve kringen zijn steeds meer voorstanders te vinden. De jongerenbewegingen van GroenLinks en D66 zijn uitgesproken voorstanders. Ook de internetactivisten van de PiratenPartij vinden het een aantrekkelijk idee. Inmiddels heeft D66 zelf aangekondigd dat de partij een onderzoek naar het basisinkomen zeker ziet zitten. Een dooie mus van twintig jaar geleden blijkt opeens weer springlevend.

Dit is niet verbazingwekkend, wanneer je er even over nadenkt. In tijden van financiële crisis hebben veel mensen moeite om de eindjes aan elkaar te knopen, en dan klinken wonderbaarlijke “supermiddeltjes” opeens bijzonder aantrekkelijk. En het basisinkomen wordt bij uitstek gepresenteerd als wondermiddel. Eén uitkering voor iedereen, nauwelijks bureaucratie, alle mensen krijgen een steuntje in de rug… halleluja!

Pleitbezorgers van het basisinkomen komen dikwijls over als missionarissen die een religieuze openbaring verspreiden. Gloedvol verkondigen ze dat hun plan de bureaucratie zal wegwerken, omdat hun uitbetaalmechanisme gewoon aan de burgerlijke stand kan worden gekoppeld. Ook controle op fraude kan bijna geheel verdwijnen, omdat iedereen het geld toch krijgt. De enige mogelijke fraude is het opnemen van dode of fictieve mensen in de burgerlijke stand, om op die manier een basisinkomen te vangen voor mensen die niet bestaan. Dat moet toch vrij eenvoudig te controleren zijn, nietwaar? Zeker veel goedkoper dan alle huidige fraudecontroles.

Waar de eerste reactie op een slogan als “Gratis geld!” ongeloof en verbijstering is, klinkt die toelichting toch best wel doordacht. Hebben die gepassioneerde enthousiastelingen dan niet toch een punt? Het is nogal een belofte, natuurlijk: een einde aan de bureaucratie, een significante kostenbesparing, en een maandelijkse uitkering voor iedere Nederlander. Dat klinkt te mooi om waar te zijn.

En dat is het ook. Althans; in de vorm die de basisinkomen-evangelisten bepleiten is het dat. Wat zij verkopen is een mooie illusie, die in de praktijk heel akelig zal uitpakken. Gratis geld bestaat eenvoudig niet. Het moet ergens vandaan komen. En dat betekent dat een basisinkomen ofwel relatief laag moet blijven (hetgeen niet is wat de voorstanders willen, en bovendien eigen haken en ogen kent), ofwel een gigantische belastingverhoging vereist zodat de overheid veel méér geld kan “uitstrooien” (hetgeen in feite de invoering van het communisme zou betekenen).

Het valt ook op dat voorstanders van een basisinkomen bijna nooit met cijfers komen waarmee ze hun voorstel doorberekenen. Ze herhalen keer op keer dat “de bureaucratische kosten” zullen verdwijnen, maar noemen geen concrete bedragen. Geconfronteerd met harde feiten komen ze steevast met een kleine “aanpassing” van hun plan. Meestal komt dat neer op een voorstel om het basisinkomen pas vanaf 18 jaar in te laten gaan. Ook circuleren voorstellen om de AWBZ, al dan niet in aangepaste vorm, te behouden. Dat laatste zou zorgen dat chronisch zieken en gehandicapten toch een extra bedrag krijgen. Deze “niet-universele” versies van het basisinkomen zouden natuurlijk betaald moeten worden vanuit een kleinere “pot,” omdat bepaalde bestaande regelingen behouden blijven. Dat betekent dat het uitkeringsbedrag óók weer lager wordt. Dit laten de voorstanders helaas bijna altijd weg uit hun mooie verhaal.

De waarheid is eenvoudig weg dat grootse plannen om alle Nederlanders een bedrag tussen de duizend en tweeduizend euro per maand te geven regelrecht uit dromenland komen. Dergelijke plannen zijn totaal niet doorgerekend. De harde cijfers tonen aan dat een basisinkomen—afhankelijk van de hoogte ervan—ofwel een systeem wordt met een relatief lage maandelijkse uitkering, ofwel dat het systeem absurd veel duurder wordt dan het huidige stelsel.

Het eerste alternatief brengt behoorlijke problemen met zich mee: als we een basisinkomen budgetneutraal invoeren komt het neer op een uitkering van een paar honderd euro per maand. De belastingen blijven dan even hoog blijven als ze nu zijn, en dezelfde “pot met geld” wordt dan verdeeld onder alle Nederlanders (in plaats van enkel onder de huidige ontvangers van diverse uitkeringen en tegemoetkomingen). Er bestaat een wezenlijk risico dat heel veel werkende mensen dan een basisinkomen ontvangen dat ze niet echt nodig hebben, terwijl de allerzwaksten het moeten doen met een veel lager bedrag dan nu— en er dus aan onderdoor gaan.

Het tweede alternatief voorkomt dit, door een “leefloon” in te voeren waar iedere Nederlander van kan overleven: ook mensen die zelf geen cent kunnen bijverdienen en bij gebrek aan alle huidige regelingen dus volledig van het basisinkomen afhankelijk zijn. De cijfers tonen echter aan dat dit een belastingdruk van boven de 80% zou vereisen. Zonder die gigantische belastingverhoging kan de uitkering niet hoog genoeg zijn om zelfs de meest hulpbehoevende mensen van genoeg geld te voorzien.

Dit betekent niet dat een basisinkomen per definitie onhaalbaar is. Het betekent wel dat een hoog basisinkomen tot gevolg heeft dat Nederland een bijkans communistisch land moet worden om het te bekostigen. Het betekent ook dat een meer bescheiden basisinkomen  heel zorgvuldig berekend moet worden, zodat er geen mensen aan verhongeren.

Om te kunnen berekenen hoe het kostenplaatje van een basisinkomen eruit zou (kunnen) zien moeten we eerst weten wat de kosten zijn van de huidige sociale zekerheid. Er zijn diverse uitgavenposten die al dan niet vervangen kunnen worden door een basisinkomen:


—De diverse uitkeringen, tegemoetkomingen en collectieve verzekeringen (Bijstand, WW, WIA, WAO, TW, Wajong, IOAW en IOAZ, ANW) kosten jaarlijks 60,14 miljard euro.

—De studiefinanciering kost jaarlijks 1,5 miljard euro.

—De diverse kindgebonden regelingen kosten jaarlijks 3,2 miljard euro.

—De AWBZ kost jaarlijks 27,5 miljard euro.

—De zorgtoeslag kost jaarlijks 4,8 miljard euro.

—De huurtoeslag kost jaarlijks 2,5 miljard euro.

—De AOW kost jaarlijks 31,5 miljard euro.


We kunnen concluderen dat de huidige verzorgingsstaat in Nederland jaarlijks 131,14 miljard euro kost. (De bureaucratische kosten van het huidige systeem zijn bij dit bedrag inbegrepen. Al deze bedragen zijn van toepassing op 2015, en komen direct uit de begroting van de overheid.)

Het bruto binnenlands product van Nederland bedraagt overigens 616,09 miljard euro. Hiervan vloeit 246,8 miljard euro, oftewel ruim 40%, naar de schatkist. 131,14 miljard euro daarvan wordt zoals aangegeven besteed aan de zogenaamde “sociale zekerheid”; dit betekent dat 115,66 miljard euro aan belastinggeld wordt besteed aan andere zaken. 369,29 miljard euro is vooralsnog onbelast.

Omdat voorstanders van het basisinkomen regelmatig voorstellen om het basisinkomen enkel uit te betalen aan mensen vanaf 18 jaar en/of om het enkel uit te betalen aan mensen beneden de pensioengerechtigde leeftijd is het belangrijk om te weten hoeveel Nederlanders er zijn, en in welke leeftijdscategorie deze mensen vallen. Er zijn 16.805.000 Nederlanders. Daarvan zijn er 13.805.000 jonger dan 67, en 3.000.000 ouder dan 67. Er zijn er 3.443.000 jonger dan 18, en 13.362.000 ouder dan 18. Er zijn 10.362.000 Nederlanders die in de leeftijdcategorie 18-66 vallen. (Deze bedragen zijn afgerond op duizend, in het kader van overzichtelijkheid.)

Laten we, gegeven deze cijfers, overwegen wat de diverse mogelijkheden zijn.




1. Een basisinkomen voor iedere Nederlander, van wieg tot graf


Deze variant houdt in dat 131,14 miljard euro verdeeld zou moeten worden over 16.805.000 mensen. Dat zou betekenen: 7803,63 euro per persoon per jaar, oftewel 650,30 euro per persoon per maand.

Voor de meeste mensen met een bijstandsuitkering blijft de situatie ongeveer gelijk. Ouders kunnen er kinderopvang mee financieren, of gederfde inkomsten financieren wanneer ze minder gaan werken om zelf voor hun kinderen te zorgen. Studenten kunnen het gebruiken als tegemoetkoming in de studiefinanciering. Dat klinkt allemaal nog best goed, eigenlijk.

Maar dan komt de aap uit de mouw: een groot aantal gepensioneerden en arbeidsongeschikten gaan er flink op achteruit. Die moeten het opeens met een substantieel lager bedrag doen, terwijl ze niet of beperkt in staat zijn om zelf bij te verdienen.

De hoogte van een AOW-pensioen is afhankelijk van diverse omstandigheden. De AOW-bedragen kunnen in enkele gevallen zo laag uitvallen als 590 euro per maand, maar het bedrag kan oplopen tot 1319 euro per maand. Vooral de allerarmsten (en in het bijzonder in de gevallen dat zij ook nog eens alleenstaand zijn) komen in aanmerking voor de hogere bedragen. Die mensen worden juist het hardste getroffen door de invoering van een basisinkomen. Ze gaan er tot bijna 700 euro per maand op achteruit. Dat is niet haalbaar: ze zullen simpelweg verhongeren. (Dit voorstel is budgetneuraal, dus de belastingen blijven even hoog: op extra liefdadigheid hoeven ze dan ook niet te rekenen.)

Nog zwaarder zullen de chronisch zieken en zwaar gehandicapten getroffen worden. Er maken in Nederland nu zo’n 600.000 mensen gebruik van de AWBZ, hetgeen jaarlijks 27,5 miljard euro kost. Laten we uitgaan van extreme bureaucratische verspilling, en aannemen dat slechts ongeveer de helft van dit bedrag daadwerkelijk terechtkomt bij de AWBZ-ontvangers. (Ongeveer de meest pessimistische schatting die nog realistisch mag heten.)

Zo’n 14 miljard euro wordt dan verdeeld onder de 600.000 AWBZ-ontvangers. Dat is gemiddeld 23.333,33 euro per persoon per jaar, oftewel gemiddeld 1944,44 euro per persoon per maand. Natuurlijk verschilt de behoefte per AWBZ-ontvanger, maar gemiddeld zullen de 600.000 mensen in kwestie, die niet in staat zijn zelf bij te verdienen, iedere maand 1294 euro tekort komen. Met andere woorden: ze krijgen een doodsvonnis.

Maar goed. Kunnen we dan niet gewoon… een basisinkomen van ongeveer 1944 euro per persoon per maand invoeren? Nou… nee. Dat zou meer dan 392 miljard euro kosten. De noodzakelijke belastingverhoging zou neerkomen op 261 miljard euro. In theorie is het mogelijk, en dit is dan ook het soort stap dat de meeste voorstanders van een basisinkomen bepleiten. In realiteit zou het de belastingen verhogen tot 507,8 miljard euro, oftewel een belastingdruk van ruim 82%. Meent iemand werkelijk dat dit een realistische optie is?




2. Een basisinkomen voor iedere Nederlander, behoudens AWBZ-ontvangers


Deze variant houdt in dat 103,64 miljard euro verdeeld zou moeten worden over 16.205.000 mensen. Dat zou betekenen: 6395,56 euro per persoon per jaar, oftewel 532,95 euro per persoon per maand.

Iedereen met een bijstandsuitkering of een AOW-pensioen gaat erop achteruit. Vooral voor de gepensioneerden is dat bijzonder zuur. Die hebben hun leven lang premie betaald, in de verwachting dat dit terug zou komen in de vorm van een pensioen. Het bedrag valt nu opeens flink lager uit dan verwacht. Zelfs als we specifiek rekening houden met de mensen in de AWBZ, blijkt het basisinkomen niet goed te passen. Want dan zijn heel veel andere mensen opeens de dupe, terwijl de belastingen even hoog blijven.

Om het bedrag naar 1319 euro per maand te verhogen, zodat niemand erop achteruit gaat, is een drastische belastingverhoging nodig. Dat zou namelijk 256,5 miljard euro per jaar kosten. Een belastingverhoging van 125,36 miljard euro, waarmee de belastingdruk in Nederland op 372,16 miljard euro zou uitkomen (oftewel 60,4%).

Ook wanneer we een basisinkomen invoeren dat niet opgaat voor AWBZ-ontvangers zal desondanks een gigantische belastingverhoging nodig zijn om het te financieren. Het zou de grootste in één keer doorgevoerde belastingverhoging in de geschiedenis van ons land zijn, en het zou iedereen keihard treffen. Ook deze variant van het basisinkomen kan derhalve worden afgeschreven als volstrekt onwenselijk.




3. Een basisinkomen voor iedere Nederlander beneden de 67, zonder de AOW af te schaffen


Deze variant houdt in dat 99,64 miljard euro verdeeld zou moeten worden over 13.805.000 mensen. Dat zou betekenen: 7217,67 euro per persoon per jaar, oftewel 601,47 euro per persoon per maand.

Waar variant 2 de chronisch zieken en gehandicapten spaart maar de gepensioneerden tot de hongerdood verdoemt, doet optie 3 het tegenovergestelde. De gepensioneerden worden hier beschermd tegen drastische verlagingen van hun pensioen, maar de chronisch zieken en gehandicapten gaan er enkel verder op achteruit

Zoals reeds bij variant 1 berekend is een verhoging van het maandbedrag tot een werkbaar niveau ten opzichte van AWBZ-ontvangers economisch niet uit te voeren. Ook deze derde variant is dus volstrekt onhaalbaar.




4. Een basisinkomen voor iedere Nederlander beneden de 67, behoudens AWBZ-ontvangers


Deze variant houdt in dat 72,14 miljard euro verdeeld zou moeten worden over 13.205.000 mensen. Dat zou betekenen: 5463,08 euro per persoon per jaar, oftewel 455,26 euro per persoon per maand.

De Bijstand, WW, WIA, WAO, TW, Wajong, IOAW, IOAZ, ANW, de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de studiefinanciering en de diverse kindgebonden regelingen worden volledig afgeschaft. Een grote meerderheid van de ontvangers van deze huidige regelingen gaat er flink op achteruit. Dat is volstrekt logisch, want het totale bedrag (86 miljard euro per jaar) dat er nu aan besteed wordt gaat nu naar een beperkt aantal ontvangers, en wordt bij invoering van het basisinkomen verdeeld onder ruim 13,2 miljoen mensen. Dit kan beschreven worden als het waanzinnig rondpompen van geld, waardoor het ondoelmatig wordt besteed. Zelfs de huidige bureaucratie is uiteindelijk minder problematisch.




5. Een basisinkomen voor iedere Nederlander boven de 18 en beneden de 67, behoudens AWBZ-ontvangers, met behoud van de kindgebonden regelingen


Deze variant houdt in dat 68,94 miljard euro verdeeld zou moeten worden over 9.762.000 mensen. Dat zou betekenen: 7062,07 euro per persoon per jaar, oftewel 588,51 euro per persoon per maand.

Zelfs wanneer men een basisinkomen beneden de 18 geheel uitsluit blijft het bedrag relatief laag. Een basinkomen met “categorieën”, dus met een lager bedrag voor jongeren, zou resulteren in een nog lager bedrag voor volwassenen. Bovendien behoudt dit voorstel een flink aantal bestaande regelingen (AWBZ, AOW, kindgebonden regelingen), waardoor de claim dat een basisinkomen alles terugbrengt tot één regeling niet bepaald houdbaar is.

Dit voorstel kan echter nog vereenvoudigd worden. Het budget voor de kindgebonden regelingen (3,2 miljard euro) kan gebruikt worden om een basisinkomen voor de 3.443.000 mensen beneden de 18 te financieren. Dit “jeugd-basisinkomen” zal vrij laag zijn, natuurlijk. Tevens is het mogelijk om de 600.000 AWBZ-ontvangers het normale basisinkomen (588,51 euro per maand) te betalen, dit te financieren vanuit de AWBZ-pot, en wat overblijft van de AWBZ gewoon bovenop het basisinkomen te betalen.

De AOW kan beslist niet inbegrepen worden in de regeling, en zal apart moeten blijven. De bedragen zijn teveel premie- en situatie-afhankelijk, waardoor een “gelijkschakeling” juist de armste ouderen zou bestelen van een flink deel van hun pensioen.

Deze overwegingen brengen ons onvermijdelijk tot een zesde en laatste variant van het basisinkomen.




6. Een basisinkomen voor iedere Nederlander beneden de 67, met lager jeugdtarief, en met behoud van een aangepaste AWBZ-regeling


Deze variant behelst een basisinkomen met twee uitkeringstarieven: een laag tarief voor alle personen beneden de 18, en een hoger tarief voor iedereen in de leeftijdscategorie 18-66. Het budget voor het “standaardtarief” bedraagt 73,18 miljard euro. Dit bedrag zou verdeeld moeten worden over 10.362.000 mensen. Dat zou betekenen: 7062,07 euro per persoon per jaar, oftewel 588,51 euro per persoon per maand. Het budget voor het “jeugdtarief” bedraagt 3,2 miljard euro. Dit bedrag zou verdeeld moeten worden over 3.443.000 mensen. Dat zou betekenen: 929,42 euro per persoon per jaar, oftewel 77,45 euro per persoon per maand.

De AWBZ hoeft enkel nog aanvullend bovenop het basisinkomen uitbetaald te worden, en het budget daarvoor zal 23,26 miljard euro bedragen. De AOW blijft verder ongemoeid.

Dit uiteindelijke voorstel is het beste dat we van het basisinkomen mogen verwachten. Cijfermatig is het werkbaar (de invoering is budgetneutraal), maar het is een totaal ander voorstel dan hetgeen wordt bepleit door de meeste voorstanders van een basisinkomen. Die streven zoals eerder uiteengezet naar een “leefloon” van richting de 2000 euro per maand. Zoals we bij voorstel 1 hebben berekend is dit enkel mogelijk door van Nederland een bijkans communistisch land te maken.




We kunnen concluderen dat de vork toch anders in de steel zit dan de voorstanders van het basisinkomen ons willen doen geloven. Het idee van een bedrag richting de 2000 euro per maand is volstrekt onrealistisch. Het klinkt mooi, maar zodra je het begint te berekenen blijkt er niets van te kloppen. Gratis geld bestaat niet, en dergelijke “leeflonen” kunnen niet bekostigd worden door “de bureaucratie terug te dringen”. Zo’n enorme uitkering vereist belachelijke belastingverhogingen, en stiekem weten de pleitbezorgers van het hoge basisinkomen dat best. Het is de reden waarom ze het nooit over de cijfers hebben. Eigenlijk zijn deze voorstanders keiharde socialisten, die proberen het Marxisme in een progressief jasje te hullen, om het zo ingevoerd te krijgen.

Hoe de voorstanders echt denken is duidelijk te zien in Zwitserland, waar een aantal extreemlinkse activisten het onderwerp op de agenda heeft gekregen voor een toekomstig referendum. Hun voorstel behelst een maandelijkse uitkering van 2500 franc. Dat is omgerekend ruim 2076 euro per persoon per maand. De voorstanders hebben geen enkel plan ingediend ten aanzien van de financiering. Bij de aanvang van hun campagne deden ze dikwijls alsof “het afschaffen van de huidige regelingen en de bureaucratie” genoeg zou opleveren. Zelfs de meest optimistische economen stellen echter dat dit een ordinaire leugen is, en dat het hoogstens de helft tot een derde van de benodigde financiering zou opleveren. Maar toen was de schade al berokkend: met hun glasharde leugens hadden de activisten al genoeg handtekeningen verzameld om het referendum op de agenda te plaatsen.

Geconfronteerd met onweerlegbare cijfers hebben ze vervolgens hun propagandaverhaal aangepast, en noemen ze (zonder ooit in details te treden) verhoogde belastingen voor alle bedrijven, extra belasting van “de rijken”, een heffing op alle financiële transacties, en een sterk verhoogde omzetbelasting. Het moge duidelijk zijn: ook Zwitserland zou, als het basisinkomen daar werd ingevoerd, moeten lijden onder een extreem verhoogde belastingdruk. (Volgens veel schattingen zou Zwitserland zelfs belasting van 100% moeten heffen om het absurde voorstel te bekostigen!)

Overal waar het basisinkomen wordt bepleit, wordt het op die manier bepleit. Niet als relatief lage, en nog betaalbare variant— maar als een extreem hoog “leefloon” dat in effect de socialistische heilstaat via de achterdeur in moet voeren. Het is verbazingwekkend dat bepaalde “liberalen” daar zo blindelings intrappen. Ook partijen als D66, die—hoewel behoorlijk collectivistisch—niet bepaald Marxistisch zijn, laten zich mak voor het karretje van het “gratis geld” spannen. Gelokt door mooie praatjes laten ze zich in het pak naaien. We moeten hopen dat het hoge basisinkomen dat de voorstanders van zo’n model bepleiten nooit wordt ingevoerd, want dan zouden we allemaal tot onze schade en schande ontdekken hoe hoog de prijs van gratis geld nu eigenlijk is.

Het meer realistische basisinkomen, zoals in dit artikel beschreven als de zesde en laatste variant, zou in theorie natuurlijk werkbaar kunnen zijn. Dat is echter helemaal niet wat de socialistische voorstanders willen. Die streven niet naar een haalbaar, budgetneutraal plan. Die willen een hoog leefloon, zodat massale herverdeling noodzakelijk wordt. Het basisinkomen is voor hen eigenlijk slechts een middel: economische gelijkschakeling naar communistisch voorbeeld is hun werkelijke doel.

Ga het maar na: de pleitbezorgers hebben het niet over een paar honderd euro. Het Zwitserse voorstel verkondigt trots dat het iedereen ruim 2000 euro per maand wil verstrekken. In Nederland heeft de Vereniging Basisinkomen gepleit voor varianten van 1500 euro tot 2500 per maand. Een basisinkomen van “slechts” enkele honderden euro’s per maand wordt eigenlijk standaard van de hand gedaan door de voorstanders. Ze vinden dat het genoeg moet zijn om van te leven. En dat is precies waarom hun plannen zo gevaarlijk zijn. Ze bepleiten een luilekkerland, gebaseerd op hangmatsocialisme. 1500 tot 2500 euro per maand? Dat is 18.000 tot 30.000 euro per jaar! Wie gaat dan nog werken? Vrijwel niemand. En wie wel bereid is te werken, die wordt daar automatisch voor gestraft. De financiering moet ergens vandaan komen, tenslotte. Het wordt allemaal betaald vanuit de belastingen. En hoe minder mensen werken, hoe kleiner de groep is die het geld moet opbrengen. Dus de belasting op werk zal heel snel nog verder omhoog (moeten) gaan. Daardoor gaan nog minder mensen werken, waardoor de druk op de overgebleven werkers steeds verder toeneemt…

Natuurlijk ontkennen de voorstanders dat bij hoog en bij laag. Ze verwijzen naar reeds uitgevoerde “experimenten” met een basisinkomen, die zouden aantonen dat “mensen niet minder gaan werken als ze het krijgen”. Ook bij die “bewijzen” van hun zelfverklaarde gelijk valt op dat ze zelden feiten en cijfers noemen.

Laten we die feiten en cijfers en feiten eens controleren, dan. Voorstanders verwijzen gretig naar experimenten in de jaren ’60 en ’70 in Noord-Amerika. In die tijd zijn er in de VS vier zeer kleinschalige experimenten uitgevoerd, en in Canada één experiment. De voorstanders van het basisinkomen noemen de Amerikaanse experimenten zelden inhoudelijk, en concentreren zich vooral op het Canadese experiment. Dit experiment, genaamd Mincome, duurde van 1974 tot 1979, in het plaatsje Dauphin in Manitoba. De bevolking destijds bedroeg zo’n 100.000 mensen. Het doel van het experiment was om te zien of het verstrekken van het Mincome de bereidheid van de ontvangers om te werken zou beïnvloeden. De conclusie was dat dit nauwelijks het geval was, en de pleitbezorgers van het basisinkomen wapperen wanneer zij maar kunnen triomfantelijk met dit “feit”. Ze negeren echter nogal wat relevante zaken.

Allereerst: Mincome was vanaf het begin bedoeld als tijdelijk experiment, en de betrokkenen wisten dit. Het feit dat ze begrepen dat ze er niet van afhankelijk konden blijven was logischerwijs van invloed op hun keuze om niet te stoppen met werken. De participanten beschreven het Mincome ook bijna standaard als “een leuke bonus”. Het bestaande uitkeringsstelsel in Manitoba had destijds tevens sterke prikkels om niet te gaan werken. Iedere dollar die je verdiende betekende een evenredige verlaging van je uitkering. De Mincome-regeling was simpelweg lucratiever, omdat voor iedere extra dollar maar 50 cent van je Mincome-uitkering werd afgetrokken. Dit zal ook van invloed zijn geweest op de bereidheid van Mincome-ontvangers om toch te (blijven) werken.

Dit brengt ons bij het tweede feit, namelijk dat Mincome helemaal geen basisinkomen was. Het was een aanvulling op minimuminkomsten uit werk. Enkel mensen die onder een bepaalde inkomensgrens zaten kregen een aanvulling. Het was geen uitkering die iedereen kreeg. Het was bovendien ook zeker geen leefloon. Het bedroeg maximaal een paar honderd Canadese dollars per maand, en beslist niet de enorme sommen waar actiegroepen als de Vereniging Basisinkomen doorgaans over spreken.

Ook relevant is het feit dat de onderzoekers slechts in de eerste twee jaar van het project data hebben verzameld, en dat er nauwelijks analyse op die data is toegepast. Er is nooit een officiële studie opgesteld, en nooit een rapport ingediend. Pas in 2009 is er een—onofficieel—onderzoek gedaan naar de data die in de eerste twee jaar is verzameld, maar dat onderzoek mist logischerwijs veel relevante data. Niet in het minst omdat er géén data is over de ontwikkelingen in de daaropvolgende 2,5 jaar. Effecten op huizenprijzen, verkoopprijzen in de winkels, of enige andere prijzen zijn bovendien totaal niet onderzocht.

Voorstanders van het basisinkomen noemen deze feiten zelden tot nooit. Ze verwijzen ook standaard naar Mincome, waar geen rapport op volgde, en niet of nauwelijks naar de vier Amerikaanse experimenten. Die vier tests waren zeer kleinschalig en zeer kort, waardoor er sowieso niet heel veel nuttige data uit voortkwam. Wel is in de eindrapporten te lezen dat alle vier de experimenten óók aanvullende uitkeringen behelsden (en dus géén basisinkomen), en dat de bedragen eveneens relatief laag waren. Dat houden de basisinkomen-evangelisten graag stil. Ze verwijzen liever naar Mincome, omdat het voor critici dan lastiger is om gewoon de data op te zoeken en te bewijzen dat er nogal wat gaten in het verhaal zitten.

En dat is dan de harde waarheid over het basisinkomen als “leefloon”. De mooie beweringen blijken uiteindelijk te stoelen op drijfzand. Een hoog basisinkomen is nooit getest, en we mogen gerust aannemen dat het de bereidheid om te werken wel degelijk drastisch zou aantasten. Sterker nog: het zou de economie binnen de kortste keren verwoesten. Ga het maar na: een basisinkomen wordt ingevoerd, van zeg 2000 euro per maand. Wat gebeurt er dan?

Wel, eenieder die vermogend is zal spoedig slachtoffer worden van een gretig roofbeleid (dat onvermijdelijk is, want anders kan het systeem simpelweg niet bekostigd worden). Dus die maakt zich snel uit de voeten. Wie hard werkt wordt ook bestraft met ondraaglijk hoge belasting, dus bijna iedereen stopt met werken (“ik vang toch wel een basisinkomen”), of ontvlucht eveneens het land. Wat overblijft is een groep mensen die geld willen ontvangen, maar niemand die dat geld kan ophoesten. Dat is natuurlijk altijd het falen van het socialisme geweest, en het zal ook de utopie van het basisinkomen wurgen. De droom zal in duigen vallen, er zal geen geld meer zijn, en mensen moeten toch maar weer gewoon aan het werk. De economie is dan natuurlijk al lang verwoest. Bedrijven hebben het land massaal verlaten. Het “leefloon” is, zo blijkt, een vorm van nationale zelfmoord. Maar hoe zit het dan met het alternatief van een realistisch, relatief laag basisinkomen? Wat zou er gebeuren als dat wordt ingevoerd?

In theorie kan zo’n variant werken. Eerder in dit artikel is berekend dat het budgetneutraal kan worden ingevoerd, mits met de juiste randvoorwaarden. De vraag is echter hoe lang een laag basisinkomen ook laag zal blijven. De socialisten zullen van meet af aan eisen dat de uitkering verhoogd wordt, in het kader van de “nivellering”. Omdat er dan maar één echte uitkering bestaat, zullen ze al hun energie en aandacht dáár ook op richten. Dat verhoogt hun kans van slagen aanzienlijk: één wetswijziging verder en ze zijn geslaagd in hun opzet. “Pak het maar van de rijken,” zullen ze zeggen, “en geef het via een hoger basisinkomen aan iedereen!” En daar zullen heel veel mensen intrappen. Op een dag wordt je dan alsnog wakker in een socialistische hel, waar de belastingdruk de 80% te boven gaat en bijna de hele economie door de staat wordt beheerst. Je zult je afvragen hoe het ooit zo ver heeft kunnen komen, en het antwoord zal pijnlijk simpel zijn: er werd gratis geld beloofd, en de mensen trapten er met open ogen in…

Toch maar niet doen, dat basisinkomen. Ook niet in de theoretisch werkbare variant. De valstrik van “gratis geld” is eenvoudigweg te verleidelijk, en daardoor zullen mensen slachtoffer worden van een illusie. Van de leugen dat er zoiets kan bestaan als gratis geld.


---

De discussiedraad op Facebook over dit artikel bevindt zich hier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen