dinsdag 15 september 2015

De noodzaak van immigratiebeperkingen: een aanvullend relaas

Het libertarische betoog voor immigratierestricties dat Henri Serton en ikzelf eind vorige week publiceerden heeft inmiddels tot enkele interessante discussies geleid. Aan die discussies hebben wij allebei actief deelgenomen, om waar nodig vragen te beantwoorden, onze positie te verduidelijken, of om onze standpunten te verdedigen tegen kritiek. Ik moet zeggen—en daarbij spreek ik uitsluitend voor mijzelf—dat ik tot nu toe geen overtuigende kritiek heb gelezen. De diverse libertarische pleitbezorgers van ‘open grenzen’ die moeite hebben met ons standpunt falen ofwel om onze punten daadwerkelijk te weerleggen, ofwel zij lezen ons betoog verkeerd en concluderen vervolgens dat wij tegen vrijwel alle immigratie zijn. Dat is jammer, maar het is hoe dan ook goed dat de discussie wordt gevoerd.

Inmiddels heeft Imre Wessels een 'tegenartikel' geschreven, waarin hij poogt de juistheid van onze positie te weerleggen. In mijn opinie slaagt hij daar niet in. Hij gaat op een significant deel van onze argumentatie eenvoudigweg niet in, en hij ageert herhaaldelijk tegen standpunten die wij helemaal niet hebben ingenomen. Ik zou graag geloven dat dit geheel berust op toeval, maar dhr. Wessels is de discussie al eerder met mij aangegaan naar aanleiding van het betoog dat Henri en ik hebben geschreven. Toen negeerde hij óók grote delen van onze argumentatie, en voerde hij óók stropopredeneringen op. Toen ik hem daarop wees volhardde hij daar helaas in. Desalniettemin neem ik graag de gelegenheid om op zijn ‘tegenartikel’ in te gaan. Al is het maar om omissies en stropoppen aan te wijzen, en redeneerfouten aan het licht te brengen.

Na een inleiding die zeer idealistisch klinkt maar eigenlijk geen argumenten bevat stelt dhr. Wessels dat Henri en ik twee argumenten aandragen ter ondersteuning van onze positie dat immigratierestricties noodzakelijk zijn. Hij schrijft dat wij het volgende beweren:

Ten eerste zal immigratie voornamelijk resulteren in kosten (de opvang van asielzoekers, het verstrekken van uitkeringen en inburgeringscursussen). Ten tweede zijn niet-westerse immigranten drager van onliberale culturen. Door meer immigranten toe te laten ondermijn je de basis van een vrije samenleving.

Dit is al direct een misrespresentatie van onze positie, want wij dragen niet twee maar drie hoofdargumenten aan. Op één van de drie gaat hij verder helemaal niet in. Dat argument is onze stelling dat de staat, als illegaal bezetter van het gebied ‘Nederland’, helemaal niet het recht heeft om allerlei mensen toe te laten. Alleen de rechtmatige bezitters van het gebied zouden dat mogen, en dat zijn de private landeigenaren. Henri en ik schreven het volgende:

Is het beperken van immigratie een schending van de rechten der immigranten? Wel, is het ontzeggen van toegang tot mijn erf een schending van de rechten van mensen die daar zonder mijn toestemming willen verblijven? Geenszins. Het cruciale verschil is dat immigratie naar een land valt onder de auspiciën van een territoriale monopolist, te weten de overheid. Voluntaristen zijn het erover eens dat deze overheid onterecht dat territoriale monopolie claimt, en dat alle grond idealiter in privé-bezit zou moeten zijn.
Als alle grond in privé-bezit zou moeten zijn, en 'publieke ruimte' eigenlijk immoreel is, kunnen we dan niet stellen dat het toelaten van immigranten in 'Nederland' goed te vergelijken valt met een situatie waarin de krakers van een pand andere krakers uitnodigen om zich in dat pand te vestigen? Hoe kunnen zij dit legitiem doen, als niet-eigenaar? Enkel de rechtmatige eigenaar van grond kan bepalen wie hij op zijn erf toelaat, en onder welke voorwaarden. Derhalve zouden consequente libertariërs éérst naar de privatisering van alle grond moeten streven, en kunnen vervolgens de private eigenaren zelf bepalen wiens aanwezigheid zij daar dulden.

Dhr. Wessels gaat in zijn tegenartikel helaas geheel voorbij aan dit punt. In de discussie die ik eerder met hem voerde kaartte hij het wel aan. Daar schreef hij, en ik citeer: “Dus als een immigrant hier komt en een woning huurt dan is hij/zij een kraker?” Wie de bovenstaande passage uit ons betoog leest, en wie—nog beter—het hele artikel tot zich neemt, zal direct zien dat dit niet is wat Henri en ik beweren. Integendeel. Wij hebben het hier uitsluitend over het feit dat er rechten van Nederlanders worden geschonden bij het binnenlaten van bepaalde buitenlanders.

Moeten we immers zo gek zijn te geloven dat bijvoorbeeld asielzoekerscentra thans van vrijwillige giften worden bekostigd? Worden de mensen wiens omliggende woningen drastisch in waarde dalen om hun mening gevraagd? Worden de mensen die worden onteigend(!) om ruimte te maken voor een nieuw asielzoekerscentrum gerespecteerd in hun rechten? Neen, neen en nogmaals neen. De staat schendt middels bepaalde fundamentele aspecten van het huidige vreemdelingenbeleid stelselmatig de rechten van individuen, en daartegen maken wij bezwaar.

De staat is eenvoudigweg een kraker van een uitzonderlijk groot landgoed, namelijk 'Nederland'. Die kraker hoort er helemaal niet te zijn. Wanneer die kraker nog talloze andere krakers uitnodigt is dat niet goed voor de eigenaar die zijn land terug wil. Voorstanders van eigendomsrechten willen de kraker zo snel mogelijk weg hebben, maar zien in de tussentijd liever dat hij géén andere krakers illegaal uitnodigt dan dat hij dit wel doet.

Wat de staat natuurlijk niet mag is eerlijke mensen tegenhouden die zich op eigen kosten in Nederland willen vestigen. Als een man uit de Congo of uit Ghana mijn huis wil kopen is dat even legitiem wanneer een man uit Rotterdam dat wil. Daar heeft de staat niets mee te maken. Er is geen reden om mensen te weren die gewoon hun eigen broek ophouden (behalve wanneer zij bijvoorbeeld gewelddadig gedrag vertonen tegenover andere mensen; je gaat geen gekken binnenhalen). Wanneer dhr. Wessels dus beweert dat Henri en ik een buitenlander die hier netjes een woning huurt of koopt uitmaken voor kraker, bezondigt hij zich aan een grove leugen. Daar heb ik hem ook op gewezen. In zijn artikel kiest hij er vervolgens voor om dat hele aspect van de discussie maar dood te zwijgen. Dat is niet netjes.

Dhr. Wessels vervolgt, nadat hij de eerste van onze drie argumenten gewoon heeft overgeslagen, door de resterende twee te voorzien van zijn kritiek. Hij schrijft:

Het eerste punt is makkelijk onderuit te halen. Vrijwel iedere studie laat zien dat immigratie de overheid per saldo meer belasting oplevert dan het kost (zie bijv. deze studie van de OECD). Er zijn natuurlijk verschillen tussen groepen immigranten. Mensen uit Somalië integreren doorgaans slecht in Nederland terwijl Iraniërs het uitstekend doen. Alles bij elkaar genomen levert immigratie meer op dan het kost.

Ik heb zojuist al aangetoond dat er stelselmatig individuele rechten worden geschonden als gevolg van het huidige vreemdelingenbeleid. Wellicht is het zo dat immigratie de overheid meer oplevert dan het kost, per saldo. Het valt mij wel op dat de ene studie die dhr. Wessels aanhaalt veel indirecte maatschappelijke kosten weglaat, dus of het überhaupt wel waar is betwijfel ik. Maar veel belangrijker: wat heeft een man die onteigent is om plaats te maken voor een asielzoekerscentrum eraan dat “immigratie ook iets oplevert”? Wat heeft de man twee huizen verderop, wiens woning waardeloos en onverkoopbaar is geworden, aan deze stelling? Wat hebben de slachtoffers van duidelijk toegenomen misdaadcijfers eraan? Niets, niets, niets!

De argumentatie van dhr. Wessels is op dit punt volstrekt utilitair. Hij rechtvaardigt schendingen van individuele rechten omdat dit naar zijn mening “per saldo meer oplevert voor de overheid”. Daar kan ik geen libertarisme in herkennen…

Anderzijds is het wel goed om te zien dat hij erkent dat er verschillen zijn tussen groepen immigranten. Jammer is wel weer dat hij dit vervolgens na één zin wegwuift zonder argumenten. Wie even op de materie ingaat moet toch echt concluderen dat er een flink maatschappelijk probleem is: niet-Westerse immigranten zijn gewoon veel vaker dan gemiddeld een bedreiging voor hun medemens. En we hoeven niet te verwachten dat zij zich binnen afzienbare tijd gaan aanpassen aan de Westerse waarden. Dhr. Leendert Ambtman was zo vriendelijk om Henri en mijzelf in dit kader te wijzen op het werk van Geert Hofstede, waarmee wij nog niet bekend waren, en waar dhr. Wessels zich wellicht óók in zou kunnen verdiepen. Hofstede schrijft:

The evidence showed that there was no international convergence of cultural values over time, except for increased individualism for countries having become richer. Value differences between nations described centuries ago are still present today, in spite of close contacts. For the next few hundred years, countries will remain culturally very diverse.

De cultuurverschillen tussen volkeren zullen beslist niet als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dit is geen kwestie van twee (of drie, of vier) generaties. Zelfs in gevallen van zeer nauwe contacten tussen culturen is het een kwestie van honderden jaren voordat fundamentele verschillen eventueel overbrugd kunnen worden. Migranten die een collectivistische cultuur met zich meedragen zullen dan ook, vanwege de grote cultuurverschillen met het Westen, voor grote aanpassingsproblemen zorgen— zeker als ze hier verzuild kunnen blijven leven. En dat is thans beslist het geval. Dhr. Wessels gaat of die zaken in het geheel niet in, en biedt dan ook geen enkele oplossing op dat vlak.

Dat is vooral erg jammer omdat hij wel een mening heeft over de eventuele gevolgen van migratie. Een volstrekt ongeïnformeerde mening is doorgaans een ongezond fenomeen. Dat de mening van dhr. Wessels ongeïnformeerd is bewijst hij temeer met de volgende stelling:

Het tweede punt is nog makkelijker te ontkrachten omdat er geen enkel voorbeeld is van een vrije westerse samenleving ten onder is gegaan door immigratie. In het artikel van beide heren staat niet eens één voorbeeld van een vrijheid die beperkt is dankzij immigratie.

Helaas biedt dhr. Wessels geen definitie van een ‘vrije westerse samenleving’, en vertelt hij ook niet waarom er volgens hem een reden is dat een dergelijke samenleving minder kwetsbaar zou zijn voor de culturele en politieke risico’s van immigratie dan een willekeurige andere samenleving. Naar mijn mening is dat helemaal niet het geval, en is iedere samenleving die zomaar iedereen verwelkomt per definitie kwetsbaar. Zoals het gezegde gaat: wie tolerant is voor intolerantie zal intolerant behandeld worden.

Om even wat historische voorbeelden aan te halen waar immigratie heeft geleid tot de ondergang van samenlevingen:

  1. De volksverhuizingen van Germaanse stammen die zich in het Romeinse Rijk vestigden, zich niet aanpasten aan het geldende recht, en hun eigen stammenrecht behielden. Dit leidde uiteindelijk tot de situatie waarin de cultureel, politiek en juridisch onaangepaste stammenverbanden diverse instituten (waaronder de legerleiding) overnamen, en vervolgens het Rijk vernietigden om hun eigen koninkrijken te stichten in de ruïnes. Saillant detail: deze Germaanse stammen vormden nooit méér dan een kleine minderheid. Hun aandeel van de bevolking in het West-Romeinse Rijk was geringer dan het huidige percentage der moslims ten opzichte van de Nederlandse bevolking. (Ik heb deze historische ontwikkeling reeds in 2011 vergeleken met het huidige gedrag van moslims in West-Europa.)
  2. De migratie van de Hunnen en later de Turkse volkeren. Deze volkeren woonden origineel in het noorden van Oost-Azië, ten noorden of noordwesten van het huidige Mongolië. In een gigantische serie migratiebewegingen zijn zij naar het westen en zuidwesten getrokken, waar de reeds aanwezige volkeren deze massale populaties niet konden verwerken. Die volkeren werden dan ook bruut onder de voet gelopen. Turkische stemmen hebben de hele Centraal-Aziatische steppe ingenomen, waar zij de aanwezige Indo-Europese volkeren hebben verdrongen, vermoord of tot slaaf gemaakt. Zij leven daar nu nog. Het volk dat wij kennen als de Turken is verder naar het westen getrokken, en heeft uiteindelijk Anatolië ingenomen. Wederom was dit meer een onstopbare migratie dan een bewuste verovering. De oorspronkelijke bewoners hadden natuurlijk pech…
  3. De diverse Germaanse stammen (waaronder Angelen, Saksen, Juten en Friezen) die zich in het voorheen Keltische Groot-Brittannië hebben gevestigd. Ook dit was een migratiegolf die min of meer van nature uitliep op een verovering. Zodra er te weinig ruimte bleek te zijn voor de nieuwkomers werden de originele bewoners—inmiddels in de minderheid—van hun land afgejaagd of vermoord. De Kelten wonen nu nog in wat de ‘Celtic Fringe’ heeft. Die naam zegt alles: verdrongen door migranten leven zij aan de randjes van wat ooit allemaal hun woongebied was.
  4. De Europese migratie naar Amerika en Oceanië. Hoe is dat eigenlijk afgelopen met de oorspronkelijke inwoners? Hebben die nog veel te vertellen? Neen. Die zijn gereduceerd tot een vernederend bestaan op reservaten, omdat de Europeanen steeds meer behoefte aan land hadden.
  5. En tot slot—omdat dit historisch nogal relevant is voor de huidige situatie—de expansionistische migratie der Arabieren in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Vanaf de zevende eeuw zijn de Arabieren, onder de banier der islam, opgerukt uit hun leefgebied op het Arabisch schiereiland. Zij hebben elders talloze populaties verjaagd en vermoord, en vormen nu in een gigantisch gebied de absolute etnische meerderheid. Speciaal om aan te tonen hoe drastisch die expansie is geweest zal ik door middel van twee kaarten aantonen waarover wij spreken.



Het gebied waar de Arabieren omstreeks het jaar 600 de etnische meerderheid vormden.



Het gebied waar de Arabieren thans de etnische meerderheid vormen. De oorspronkelijke bewoners kunnen wij kenmerken als slachtoffers van onbeheerste immigratie.


Dit zijn slechts de meest bekende voorbeelden van migratie als bedreiging (en uiteindelijk bron des verderfs) voor hele volkeren en samenlevingen. Ik heb het dan nog niet gehad over bijvoorbeeld Kosovo, dat ooit het hart van Servië was, waar de bewoners dapper streden tegen de islamitische horden. Vandaag de dag is Kosovo bijna uitsluitend bevolkt door moslim-immigranten uit Albanië, die zich—nadat zij het gebied feitelijk gekaapt hadden—zelfs van Servië hebben afgescheiden. Zo is het 'Lijsterveld' (want dat is wat 'Kosovo' betekent) waar de Serviërs al in 1389 dapper weerstand boden tegen de moslimlegers alsnog veroverd door de islam. Middels immigratie. Ik houd het hier even bij, omdat dit artikel anders gewoon te lang wordt, maar de voorbeelden van migratie als veroveringsinstrument zijn talrijk.

Ik vermoed dat het inmiddels wel bewezen is dat migratie een gevaarlijk fenomeen kan zijn, en dat de mensen die daar de ogen voor sluiten zich gedragen als struisvogels. Immigratie kan eenvoudigweg leiden tot een existentialistische bedreiging. Dit betekent geenszins dat dit altijd zo zal zijn, noch betekent het dat we hier met verstandig beleid geen oplossing voor kunnen vinden. Het betekent wel dat we goed moeten nadenken over onze keuzes, en voorbij enkel de politieke en economische aspecten moeten kijken. Het is ook een demografische en—vooral—een culturele kwestie. Dhr. Wessels weigert dat helaas in te zien. Daarvan geeft hij wel blijk, door het puur over politiek te hebben:

Ondanks het gebrek aan voorbeelden geven beide heren wel redenen waarom immigratie kan resulteren in minder vrijheid. Zo stemmen allochtonen doorgaans minder liberaal dan autochtonen. Hoe meer allochtonen, hoe socialistischer de politiek.
Daar valt wel wat op te nuanceren. Allochtonen stemmen steeds vaker zoals autochtonen. De PvdA blijft populair maar haar populariteit neemt gestaag af. Vrij Nederland wist te melden dat D66 steeds meer stemmen krijgt van allochtonen om tal van uiteenlopende redenen.

Deze puur politieke kijk is zoals al gezegd uiterst schraal, maar zij is bovendien totaal incorrect. De impliciete conclusie dat niet-Westerse allochtonen minder collectivistisch worden is gebaseerd op een zéér selectieve lezing van de feiten. Want met het selectief citeren van één bron kan je de realiteit natuurlijk 'ook uit de weg nuanceren'. De feiten wijzen iets héél anders uit dan dhr. Wessels beweert. Labyrinth deed in 2012 onderzoek onder moslims in Nederland, waaruit bleek dat moslims duidelijk ‘links’ stemmen. 72% van de respondenten gaf aan te stemmen op de SP, GroenLinks of PvdA. 12% gaf de voorkeur aan D66. Slechts 7% zou overwegen te stemmen op een partij aan de rechterkant van het midden. Dit is al vrij duidelijk, maar het betreft een kleinschalig onderzoek.

Gelukkig deed Motivaction datzelfde jaar een eigen onderzoek naar het stemgedrag van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders, in opdracht van het televisieprogramma De Halve Maan (NTR) en het FORUM Instituut Multiculturele Vraagstukken. De grootste groep (39%) bleek van plan om op de SP te stemmen. 33% gaf aan dat zij van plan waren PvdA te stemmen bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen. 11% gaf aan GroenLinks te gaan stemmen. Dat maakt een totaal van 83% stemmers voor de partijen die typisch als ‘links’ worden gezien. Hier gaf overigens slechts één procent aan op D66 te gaan stemmen.

Dhr. Wessels verwijst naar het feit dat steeds meer allochtonen op D66 stemmen. Ten eerste klopt dit niet voor alle verkiezingen, maar vooral voor lokale verkiezingen. Ten tweede moet men de ontwikkeling van het stemgedrag van niet-Westerse allochtonen dan wel in de context beschouwen. Zij stemden in voorbije jaren bij lokale verkiezingen vaak wat ‘rechtser’ dan bij de landelijke verkiezingen. Maar niet-Westerse allochtonen stemmen steeds vaker SP dan PvdA, en de niet-Westerse allochtonen die ooit nog VVD stemden kiezen steeds vaker voor D66. En dáár komt de toename in D66-stemmen vandaan. Niet bij de ‘linkse’ partijen weg, maar vooral vanwege het feit dat er bijna geen enkele niet-Westerse allochtoon nog op de meer rechtse partijen stemt. Er is totaal geen sprake van een ‘liberalisering’ van dit deel van het electoraat. Integendeel: de niet-Westerse allochtonen maken juist een ruk naar links! En waar is deze ontwikkeling het meest duidelijk zichtbaar? In de wijken en gemeenten waar de meeste allochtonen geconcentreerd zijn, en waar zij het meeste ‘onder elkaar’ in hun eigen (geïsoleerde) culturele context leven.

Hier komt nog bij dat een toename in D66-stemmers sowieso geen teken is van ‘minder collectivisme’. D66 is een partij die zichzelf tegenwoordig tot het ‘linkse blok’ rekent, en voor een basisinkomen pleit. Dat basisinkomen heb ik elders geanalyseerd: het is in feite een hippe, moderne vorm op de communistische heilstaat in te voeren. Zeggen dat mensen individualistisch zijn omdat ze op D66 stemmen is dan ook een beetje onzinnig. Het is beslist niet zo dat een aantal allochtonen opeens ‘rechtser’ is geworden. Neen; D66 is juist ‘linkser’, oftewel collectivistischer geworden— en is daarom meer aantrekkelijk geworden voor de grote aantallen niet-Westerse allochtonen, die zelf bovengemiddeld collectivistisch zijn.

Het feit dat niet-Westerse allochtonen in Nederland bovengemiddeld collectivistisch stemmen is ook beslist geen uitzondering. In Denemarken heeft bij de parlementaire verkiezingen in september 2011 maar liefst 89.1% van de moslims in dat land gestemd op een socialistische of linkse partij. Het onderzoeksbureau OpinionWay voerde in Mei 2012 onderzoek uit waaruit bleek dat 93% van de Franse moslims tijdens de presidentsverkiezing van 6 mei 2012 voor Hollande gestemd, en slechts 7% voor Sarkozy. In Groot-Brittannië heeft een onderzoeksrapport geconcludeerd dat 47% van de Britse moslims affiniteit heeft met de Labourpartij, terwijl slechts 5% zich met de Conservatieven kan identificeren. En in België heeft Andrea Rea, professor sociologie aan de Vrije Universiteit van Brussel, in 2011 onderzoek gedaan waaruit bleek dat ruim 80% van de Marokkaanse Belgen steevast kiest voor de Socialistische Partij.

Inmiddels is het hopelijk wel duidelijk gemaakt dat dhr. Wessels nogal optimistisch is geweest in zijn analyse, en dat de feiten toch echt anders liggen. Het bovenstaande was de volledige argumentatie van dhr. Wessels, en ik meen deze op de inhoud weerlegd te hebben. Dhr. Wessels komt nu tot zijn conclusie inzake de concrete voorstellen die Henri en ik hebben gedaan:

Beide heren stellen voor een aantal immigratiebeperkingen in te voeren. Het komt erop neer dat iedere werkgever een blik Pakistanen kan opentrekken, zolang die Pakistanen plechtig beloven de scheiding tussen kerk en staat te respecteren. Bij agressief of vijandig gedrag wacht uitzetting uit Nederland.

Dit is een nogal kolderieke weergave van onze voorstellen. Zoals reeds aangegeven verwelkomen wij van harte iedereen in Nederland die voor zichzelf kan zorgen en geen agressie pleegt jegens zijn medemens. Dat houdt in dat ons migratiebeleid eigenlijk heel vrij is. Daarnáást pleiten wij voor arbeidsmigratie op verantwoordelijkheid van de werkgever. Die kan, op eigen verantwoordelijkheid, alle werknemers uitnodigen die hij denkt in te kunnen zetten. Het is platvloers en populistisch om dat te duiden als “een blik Pakistanen”. Ondanks zijn retoriek concludeert dhr. Wessels uiteindelijk wel dat hij onze voorstellen toch toejuicht, “omdat het een stap in de goede richting is”. Dat is heel mooi. Vervolgens concludeert hij helaas:

Desondanks is er geen enkel bewijs dat open grenzen gelijk staat aan de afbraak van een vrije samenleving. Libertariërs zouden moeten pleiten tegen de grootste mensenrechtenschending van deze tijd: het opsluiten van mensen in arbitrair getrokken grenzen. Of zoals zo mooi staat op het Vrijheidsbeeld:
“Give me your tired, your poor,
Your huddled masses yearning to breathe free,
The wretched refuse of your teeming shore.
Send these, the homeless, tempest-tost to me,
I lift my lamp beside the golden door!”

"Geen enkel bewijs"? In ons originele betoog hadden Henri en ik reeds uitgebreid uiteengezet dat ‘open grenzen’ in de huidige omstandigheden wel degelijk zullen leiden tot de teloorgang van (hetgeen nog resteert van) de vrije samenleving in het Westen. In deze reactie op het tegenartikel van dhr. Wessels heb ik dat nog in verder detail onderbouwd. Dhr. Wessels maakt, ondanks zijn ongetwijfeld goede bedoelingen, fundamenteel de fout waar Henri en ik juist zo expliciet tegen waarschuwden: hij leeft in een onvrije samenleving, maar doet alsof hij reeds verkeert in een vrije samenleving. Maar het feit dat we allemaal tegen de verzorgingsstaat en tegen de dictatuur van de meerderheid zijn betekent niet dat deze er niet is op dit moment. Te veel libertariërs spannen het paard achter de wagen. “Wij zijn tegen de verzorgingsstaat en tegen meerderheidsdictatuur, dus immigratie is prima!”

Maar nee! Volgorde is immers belangrijk. Anders is het een beetje alsof je met 200 kilometer per uur op een betonnen wand afrijdt terwijl je hard roept: "Maar ik wil die wand in de toekomst afbreken, hoor! Dus er hard op af rijden is geen enkel probleem!"

We leven nu in de imperfecte situatie dat grootschalige gedwongen herverdeling en dictatuur van de meerderheid een feit zijn. Je kan dat niet negeren. In dat kader moet ik opmerken dat dhr. Wessels het in zijn artikel voortdurend doet schijnen—en ik neem maar aan dat dit per ongeluk is—alsof Henri en ik voor immigratierestricties pleiten als definitieve oplossing. Dat is geenszins het geval. Wij pleiten voor bepaalde immigratierestricties als tijdelijke oplossing, in de huidige omstandigheden. Wij willen een vrije samenleving realiseren, waarin van een overheid geen sprake is. En dus ook niet van immigratierestricties door de overheid. Maar de volgorde doet ertoe. Eérst die vrije samenleving. Daarna pas vrije immigratie.

Tot slot: ik bewonder het idealisme van dhr. Wessels best. Maar idealisme zonder besef van de realiteit eindigt meestal in bloedbaden. Zie: communisme. Het is dus allemaal prachtig wanneer hij een gedicht aanhaalt dat aan de voeten van het Vrijheidsbeeld staat gegraveerd… maar dan nu de feiten:

De Verenigde Staten hadden eind negentiende en begin twintigste eeuw wel degelijk immigratierestricties. Het beleid was erop gericht mensen binnen te laten die iets te bieden hadden, of die in ieder geval op eigen benen konden staan. Mensen die duidelijk een gevaar vormden werden wel degelijk geweigerd. Er was een verplichte quarantaineperiode. Mensen met besmettelijke ziekten, een aantoonbaar gevaarlijk crimineel verleden, of gevaarlijke politieke denkbeelden (zoals communistische activisten) werden geweerd uit de VS. En er werd niemand opgevangen op kosten van de samenleving.

Wat Henri en ik hebben bepleit lijkt nog het meeste op die insteek. Terwijl we ons betoog opstelden hebben we onze voorstellen zelfs expliciet vergeleken met dat Amerikaanse voorbeeld. Het is dus bijzonder opvallend dat dhr. Wessels juist die historische situatie aanhaalt in een artikel waarin hij onze positie zou willen weerleggen. Als hij de geschiedenis nog eens bestudeert zal hij moeten erkennen dat de hele migratiekwestie—van de volksverhuizingen tot Ellis Island—toch anders in elkaar steekt dan hij in zijn idealisme geloofde.

We leven in de echte wereld, niet in een gedroomde utopie. Naar een vrije wereld moeten we toewerken. Je kan niet doen alsof deze reeds bestaat en dan hopen dat alles wel goed zal gaan. Net zoals je niet in de auto kan stappen en kan doen alsof een betonnen wand er niet is. Je zal die eerst moeten afbreken voordat je vrije baan hebt. En we zullen eerst het staatsapparaat moeten afbreken voordat migranten vrije baan kunnen hebben. Anders verwoesten we onszelf net zozeer als wanneer we met tweehonderd kilometer per uur tegen het beton smakken.


De Facebookdiscussie over dit artikel is hier te vinden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen